Thuismuizen – op kantoor

Deel dit bericht met anderen..
Share on Facebook
Facebook
0Share on LinkedIn
Linkedin
Thuismuizen deels op kantoor

Thuismuizen #4 – op kantoor

Onze collega Patrick praat je bij over zijn belevenissen tijdens het thuismuizen. 

Dit verhaal zou eigenlijk gaan over weer op kantoor werken. En dat gaat het ook. Vanuit een bijzonder perspectief. Want ik werk nog thuis. Het is natuurlijk geen kwestie van durven, geen kwestie van stoer doen of er klaar mee zijn. Het is een kwestie van beschikbare ruimte onder bijzondere omstandigheden. Thuis beschik ik namelijk over een bijzondere ruimte: een fijne thuiswerkplek met een kat met een eigen kijk op de wereld. En dat is wellicht niet iedereen gegeven. Dus van mij mogen degenen die een minder ideale thuiswerkplek hebben een veilige kantoorwerkplek claimen. Ik schik wel even bijzonder ruim in.

Op kantoor 

De eerste berichten van de kantoorwerkpioniers zijn bemoedigend. Iedereen moet zijn eigen koffie pakken, dus dat bakkie leut met veel te veel bonen krijg je niet meer voorgeschoteld van een goedbedoelende collega. En het verplichte handenwassen bij alles zorgt er automatisch voor dat de muizen en toetsenborden mooi schoon blijven. Een prettig gezicht als je al pijlen volgend een rondje maakt door de kantoortuin.

Maar hé, er was ook nog een tussentijd tussen het vorige verhaal en “de terugkeer naar kantoor”. Mijn oude, vertrouwde PC_SUPPORT4 trok het nieuwe normaal niet meer en hemel en aarde werden bewogen om mij een nieuwe PC te bezorgen. Nou ja, bezorgen. Ik mocht ‘m zelf gaan ophalen. Op kantoor, lang voor daar weer door meer dan drie man en een paardekop gewerkt mocht worden. Het was een zonnige ochtend in juni dat ik in alle vroegte vertrok richting Heemskerk. Het was vreemd om de stadsgrenzen te zien vervagen ter hoogte van het AFAS stadion, waar hijskranen een vorige ramp dapper aan het herstellen zijn.

Veranderingen

De snelweg was niet veranderd in de tussentijd. De nieuwe topsnelheid van 100km/h gold daar altijd al in de spits. Vlakbij  kantoor aangekomen voelde het wel een beetje vreemd. Nieuwe en veranderende gebouwen stonden er opeens het vertrouwde uitzicht te bederven. En het was er stil. Veel te stil. De sleutel paste gelukkig nog op de voordeur en het trappenhuis rook een beetje naar stilstaande door de zon opgewarmde lucht. De volgende hindernis diende zich aan: het alarm, dat al heel veel collega’s het zweet heeft doen uitbreken. Ik herinnerde me de standaard vraag van een voetbalcoach van mijn kinderen, als de spanning bij de talentjes teveel begon op te lopen: “Wat is het ergste dat er nu kan gebeuren?” Verliezen. Ja, een potje voetbal, okay, maar no way ga je als werknemer van een software bedrijf van een ingeschakeld alarm verliezen.

Thuismuizen op kantoor

Ik won en ik was binnen. Nog een deur door en het uitgeklede kantoor kwam in beeld. Het zag eruit alsof een bende inbrekers in hun werk gestoord was. Her en der stonden losgekoppelde monitors, hingen loshangende kabels en de lege bureaus leken te roepen: “Kom hier werken, bij mij.” Maar daar kwam ik niet voor. Volgens de schatkaart van Wouter moest ik nog zeventien stappen in zuid-oostelijke richting doen en daar stond hij, in volle glorie, mijn nieuwe PC.

De nieuwe PC

Je kent vast wel iemand die er een keer ingetrapt is. Die in een megashop een nieuwe TV of bank of schilderij uitgezocht heeft. En bij aflevering van de felbegeerde aankoop ontdekt dat ie groot is, heel groot, misschien wel te groot. Nou, dat had ik dus ook. Ik klaag niet hoor, het is een fijne, snelle PC, maar wel met de afmetingen van een volledige thuiswerkplek. Elke ochtend als ik de woon-werk afstand van twee trappen naar beneden heb afgelegd doe ik het deurtje van de nieuwe PC open, stap ik naar binnen, ga zitten op de stoel die de commandant van een sterrenschip jaloers zou maken en druk op de startknop. Terwijl de ventilatoren en harddisks zachtjes zoemend op toeren komen en de monitoren een schitterend landschap tonen, waardoor je er een hekel aan krijgt om in te loggen en dat landschap te moeten verlaten, hoor ik een hartverscheurend “Miauw”. Oh ja, er moet nog een kattenluikje in voor Pluis.

In die rustgevende omgeving is het goed mijmeren. Over het idee om lekker een biertje te gaan drinken in Hillegom, bijvoorbeeld. En over het ontmoedigende besef dat soms mensen echt niet willen luisteren. In het wereldnieuws lijken complete landen het niet te begrijpen, in het landelijke nieuws zijn er plaatselijke voorbeelden van onbegrip en door de telefoon komt de glasheldere uitleg die al zeventien keer de juiste oplossing bood niet binnen. Dan denk je wel eens, die hebben geen bord voor hun kop, maar de volledige serviesafdeling van IKEA.

Werken op afstand

Gelukkig zijn er ook lichtpuntjes. Iedereen is inmiddels een volleerd Teams player. De berichtjes vliegen je om de oren, gevolgd door talloze duimpies en meer of minder lachende smiley’s. Je hebt er bijna een dagtaak aan om al die berichten te lezen, te beantwoorden en vooral goed te begrijpen. Maar de dag dat het kantoorwerken weer begon voelde ik mij in Teams veranderen, van een roepende in een vol zwembad naar een roepende in de woestijn. De stroom berichtjes begon op te drogen. Mensen spraken weer rechtstreeks tot elkaar. En dat is toch beter dan een geschreven bericht, waarin het verkeerd gebruik van één letter de betekenis volledig kan doen veranderen, zoals bijvoorbeeld enthousiast benieuwd zijn naar nog te beleven vakantie avonduren van collega’s, in plaats van de bedoelde avonturen.

Op vakantie

En vakantie vieren gaan we doen, ieder op zijn eigen manier. Ik ontving bericht van vrienden uit Kroatie, waar de campings ruim zijn, het weer lekker is, de dolfijnen met je meezwemmen en het ontbijt volgens de Whatsapp foto uit 55 kuna’s leek te bestaan. Op mijn beleefde vraag of dat ontbijt misschien uit 55 garnalen bestond kreeg ik de opmerking terug dat Nederlanders in Kroatie nog ouderwets naar het grenswisselkantoor toe moeten. Waarop ik maar geantwoord heb dat ik hoopte dat de camping zich niet midden in het land bevond.

Thuismuizen linksaf

Kroatie, zover wil ik niet gaan. Met mijn jongste zoon heb ik een nieuwe sport bedacht, “Nie(uw) Normaal Fietsen”. We vertrekken uit de achtertuin  en gaan overal waar het maar kan linksaf. Na drie rondjes om ons huis vonden we dat er een regel bij moest komen. Niet twee keer over dezelfde weg in dezelfde richting rijden. En daar gingen we weer, verwachtend in een steeds groter wordende spiraal om ons huisje heen te rijden. Maar dan ken je de Nederlandse weg- en waterbouwers nog niet. Na een half uur rondfietsen waren we door straatjes en steegjes gereden die we nog nooit eerder gezien hadden, zagen we prachtige tuinen met zelfgebouwde boomhutten en maakten we tempo in lange nieuwbouwstraten. Evengoed waren we na 30 minuten kriskrassen door de wijk hemelsbreed nog geen kilometer van ons huis vandaan. Met onze aanvankelijke flauwekul waren we tot onze verbazing een nieuwe ervaring rijker binnen 1000 meter van ons huis, in plaats van 1000 kilometer van huis. Volgend weekend gaan we rechtsaf.

Patrick Laan

Patrick Laan

 

 

 

 

Nieuwsgierig naar nog meer thuismuizen belevenissen? Ik vertel je er de volgende keer meer over.

Mijn vorige blogs gemist? Je kunt deze hier lezen.

Lees hier welke maatregelen wij hebben genomen tegen verdere verspreiding van het coronavirus.

Deel dit bericht met anderen..
Share on Facebook
Facebook
0Share on LinkedIn
Linkedin

Leave A Comment